Morihei Ueshiba

De grondlegger van de krijgskunst Aikido is Morihei Ueshiba (zie hieronder) is geboren op 14 december 1883 in Tanabe. Zijn vader was van samoerai afkomst en zijn moeder was verre verwante van de Takeda clan. Als kind was Morihei lichamelijk zwak, maar hij had een scherpe geest en was leergierig.

Zijn vader, die bezorgd was om Morihei fysiek zwakke gesteldheid, drong erop aan dat zijn zoon zich ging bezig houden met Sumo, worstelen, hardlopen en zwemmen. In 1901 ging Morihei naar Tokyo waar hij een winkel in kantoorartikelen begon, maar toen hij door slechte voeding ziek werd ging hij weer terug naar Tanabe. Gedurende zijn verblijf in Tokyo kwam Morihei in aanraking met krijgskunsten, waaronder Tenjin Shinyo Ryu Jujutsu en Shinkage Ryu.

Na zijn terugkeer in Tanabe kreeg Morihei zijn krachten terug door gezond te eten en te genieten van de schone lucht. Tijdens zijn militaire dienstplicht schreef Morihei zich in bij een dojo waar Yagyu Ryu Jujutsu werd gegeven. Door deze intensieve trainingen en nauwgezette manier van trainen breidde Morihei zijn kennis van klassieke martiale kunsten steeds verder uit. Morihei werd fysiek steeds sterker door zijn studie van krijgskunsten, maar spiritueel mankeerde er nog één en ander.
Morihei was soms dagen lang bezig in de bergen met het uitvoeren van meditaties, vasten en zwaard trainingen.

29 Maart 1912 vertrok Morihei met een groep mensen naar Hokkaido om daar een gemeenschap te starten. Het leven in Hokkaido was zwaar en Morihei was bezeten van fysieke kracht en uithoudingsvermogen wat goed bij elkaar paste. De belangrijkste gebeurtenis in Hokkaido op het gebied van krijgskunsten voor Morihei was de ontmoeting met Sokaku Takeda, Sokaku Takeda was meester in Daito Ryu Aikijujutsu.

Morihei had al gehoord van de reputatie van Sokaku Takeda en toen hij hoorde dat deze in een herberg training gaf snelde Morihei zich naar deze herberg om deze demonstratie bij te wonen. Hij was zo onder de indruk dat hij toelating vroeg aan Sokaku Takeda tot Daito Ryu, na 30 dagen continu training met Sokaku Takeda kreeg Morihei zijn eerste graduatie diploma als leraar. Hierna keerde Morihei terug naar Hokkaido en bouwde daar een huis en een dojo voor Sokaku Takeda en stortte zich volledig op het beoefen van het Daito Ryu.

In 1919 verliet Morihei onverwachts Hokkaido om naar zijn vader in Tanabe te gaan welke ernstig ziek was. Op zijn weg naar Tanabe stopte Morihei in Ayabe waar het hoofdkwartier stond van de Omoto-kyo, welke geleid werd door Onisaburo. Toen Morihei eenmaal aankwam in Tanabe bleek dat zijn vader overleden was en de laatste woorden van zijn vader waren: “Laats niets je binden – leef zoals je wilt”.

In de lente van 1920 besloot Morihei zich te vestigen in Ayabe samen met zijn gezin, om dicht bij Onisaburo te zijn. Morihei voelde dat hij hier de spirituele leegte kon opvullen. Onisaburo verzocht Morihei om een dojo op te richten zodat Morihei budo kan onderrichten aan de andere aanhangers van de Omoto-kyo religie. In deze dojo onderwijst Morihei vooral praktische zelfverdedigingtechnieken, terwijl hij zichzelf voornamelijk bezig houdt met het onderzoeken van zwaard- en speerbewegingen.

In 1925 werd Morihei uitgedaagd door een marineofficier voor een kendo wedstrijd, Morihei stemde toe maar gebruikte geen zwaard. De marine officier viel Morihei aan met slagen en stoten maar hij was niet instaat om Morihei maar ook 1 keer te raken. Morihei kon de richting van de aanvallen van de officier voorspellen en kon zo dus op tijd het aankomend zwaard ontwijken, de officier raakte uitgeput en gaf uiteindelijk op.

In de herfst van 1925 zorgde admiraal Isamu Takeshita ervoor dat Morihei een demonstratie kon geven voor een selecte gezelschap van invloedrijke personen. Het gezelschap was zo onder de indruk dat Morihei dat de aanwezige graaf Yamamoto vroeg aan Morihei of hij een 21 dagen tellende trainingsprogramma zou kunnen geven aan de koninklijke familie en hun lijfwachten. Rond 1926 vestigde Morihei uiteindelijk zich met zijn gezin permanent in Tokyo, al snel was de eerste dojo te klein voor het aanbod aan leerlingen. Er werden al snel plannen gemaakt voor de bouw van een grotere dojo door enkele rijke medestanders van Morihei.

In oktober 1930 vond er een ontmoeting plaats met Jigoro Kano (grondlegger van Kodokan Judo). Jigoro Kano was ook verbaasd door de technieken van Morihei, hij riep: “Dit is het ideale budo – het ware judo.” Toen hij Morihei bezig had gezien. Jigoro vroeg voorzichtig of enkele van zijn oudere leerlingen bij Morihei mochten trainen, Morihei stemde toe. Na deze ontmoeting stuurde Jigoro Kano van tijd tot tijd zijn beste leerlingen naar Morihei voor extra trainingen. In april 1931 de nieuwe dojo werd geopend en werd gedoopt tot Kobukan, de Keizerlijke Zaal van Strijdmoed. Naast trainingen in the Kobukan gaf Morihei in de zomer trainingen in Takeda, waar ook een dojo voor hem werd gebouwd.

In 1942 trok Morihei zich terug uit het openbare leven, hij gaf de leiding van de Kobukan aan zijn zoon Kisshomaru en verhuisde naar een boerderij in Iwama. Morihei hield zich daar bezig met het bouwen van het Aiki Heiligdom, welke gewijd is aan de 42 beschermgoden van het universum. De term voor Morihei’s kunst, Aikido, werd rond deze tijd ook officieel in gebruik genomen.
De Amerikaanse bezettingmacht had de beoefening van alle krijgskunsten (behalve karate) verboden, maar op het landgoed in Iwama kon Morihei uit het oog van de bezetters ongestoord trainen en werken aan de verdere ontwikkeling van Aikido. In 1948 verleenden de Amerikaanse bezettingsmacht en het Japanse Ministerie voor onderwijs toestemming om een Aiki Stichting op te richten met als doel het promoten van Aikido, “een krijgskunst die zich wijdt aan het bevorderen van internationale vrede en gerechtigheid.

De dojo in Tokyo werd in 1949 officieel heropend, maar het duurde tot 1955 dat de dojo echt in gebruik genomen kon worden. Gedurende de oorlog hadden velen onderdak gezocht in deze dojo, omdat de economische situatie na de oorlog zeer slecht was, was het maar moeilijk om nieuwe leerlingen te vinden voor Aikido, maar naarmate de economische situatie verbeterde kwamen er steeds meer leerlingen. Door de grotere toestroom van leerlingen werden er door heel Japan verschillende dojo’s gebouwd.

De vooroorlogse Morihei was rusteloos, en was vooral bezig om zijn fysieke gesteldheid en uithoudingsvermogen te vergroten. Na de tweede wereldoorlog was Morihei veel rustiger, spiritueler. Zijn stijl van Aikido veranderde dan ook, van het harde, korte vooroorlogse Aiki-budo tot het veel vloeiendere, “zachtere” naoorlogse Aikido. In 1967 was de “oude” dojo te klein geworden om de stroom van leerlingen aan te kunnen en er werd besloten een nieuwe 3 verdiepingen tellende dojo te bouwen. Op 15 januari 1969 gaf Morihei daar zijn laatste demonstratie in de dojo in Tokyo en op 8 maart 1969 stortte Morihei in terwijl hij in Iwama was. Twee dagen later gaf hij zijn laatste gezamenlijke oefening in Iwama dojo.

Hij werd opgenomen in een ziekenhuis en daar werd leverkanker geconstateerd, in de vroege ochtend van 26 april 1969 overleed Morihei Ueshiba.

Leringen van Morihei Ueshiba

Morihei verbazingwekkende staaltjes van krijgskunst zijn ongeëvenaard in heden noch verleden. In zijn laatste jaren besteedde Morihei een groot deel van de trainingstijd met zijn leerlingen aan de uiteenzetting van zijn filosofie. Het volgende is een voorbeeld van Morihei’s wijsheid. Het heelal is onze grootste leraar, onze grootste vriend. Kijk hoe soepel een bergstroompje zich een weg door het dal baant, door moeiteloos steeds een andere vorm aan te nemen terwijl het langs de rotsen stroomt. De wijsheid van de wereld staat in boeken geschreven, en door deze te bestuderen kunnen talloze nieuwe technieken worden gecreëerd

Het heelal zelf leert ons telkens aikido, maar wij slagen er niet in het te zien. Iedereen denkt alleen maar aan zichzelf en daarom is er zoveel onenigheid en strijd in onze wereld. Konden we maar gewoon ons hart zuiver houden, dan zou alles in orde zijn. Denk niet dat het goddelijke hoog boven ons in de hemel bestaat. Het goddelijke is hier en nu, in onszelf en om ons heen. Het doel van aikido is ons eraan te herinneren dat wij in een toestand van genade verkeren. Aikido is geweldloosheid; Aan ieder mens is een mandaat van de hemel toevertrouwd, en de overwinning die wij nastreven is elke uitdaging te boeven te komen en tot het einde toe te vechten om ons doel te bereiken. In aikido(training) vallen we in principe nooit aan. Als je als eerste wilt toeslaan om voordeel op iemand te behalen, is dat een teken dat je training onvoldoende is. Laat je partner aanvallen en keer zijn agressie tegen hem. Deins niet terug voor een aanval; keer die voordat hij wordt ingezet.

O’sensei beweert dat “In het ware budo zijn geen tegenstanders. In het ware budo streven we naar eenheid met alle dingen, naar een terugkeer tot het hart van de schepping. In het ware budo zijn geen vijanden. Het ware budo is een manifestatie van liefde De weg van een krijger bestaat niet in het vernietigen en doden, maar koesteren van het leven, in het voortdurend scheppen. Liefde is het goddelijke dat ons werkelijk kan beschermen”. In oude tijden stond een zwaardvechter een vijand toe zijn huid open te snijden om vervolgens diep in diens vlees door te kunnen dringen; soms offerde hij zelfs zijn vlees op om zijn vijand tot op het bot open te hakken. In aikido is een dergelijke instelling onaanvaardbaar. We willen dat zowel aanvaller als verdediger er ongedeerd afkomen. In plaats van letsel te riskeren om te zegevieren, moet je leren om je partner te leiden. Controleer een opponent door jezelf in een zekere, veilige positie te plaatsen. In budo is geen plaats voor bekrompenheid en egocentrische denkbeelden. In plaats van te worden bevangen door ideeën van ‘winnen of verliezen’, dien je de ware natuur van de dingen te onderzoeken. Je gedachten zouden een weerspiegeling moeten zijn van de grootsheid van het heelal, een rijk voorbij leven en dood. Als je denkbeelden vijandig tegenover het universum staan, zullen die denkbeelden je ten gronde richten en je leefwereld vernietigen.